De
weinige beschikbare indicatoren geven aan dat Vlaanderen,
bijvoorbeeld op het vlak van snel groeiende ondernemingen, achterop
hinkt. Daarom moeten wij, met zijn allen, meer ondernemend worden,
meent Hans Crijns, professor aan de Vlerick Leuven Gent Management
School.
Ik dacht we er beter voor stonden?
Hans Crijns:
Opgepast, Vlaanderen scoort vandaag goed op de wereldkaart: onze
productiviteit is goed, onze bevolking goed opgeleid en we hebben
een voldoende aantal ondernemingen. Maar de parameters die de
toekomst in kaart brengen, staan meestal op rood: we missen
ondernemers en het aantal ondernemingen daalt.
We staan op een
keerpunt. Doen we gewoon verder, dan komt onze welvaart op de
helling te staan. Daarom hebben we een offensief beleid
nodig.
Midden dit jaar sloten de Vlaamse Gemeenschap, de
bedrijfswereld en de universiteiten een Innovatiepact. Is dat dan
geen beleid?
Hans Crijns: Ja, dat is beleid. De Vlaamse overheid
maakt immers meer middelen vrij.
Als we uw programma
bekijken, vind ik een hele reeks oudere ideeën die gelanceerd
zijn door ministers Somers, Ceysens, maar ook Gabriëls en Van
Rompuy. Gebeurt er wel iets?
Hans Crijns: De huidige ministers
zetten ondernemerschap op de agenda. Dat is al positief. Goed is ook
dat ze korte termijnmaatregelen zullen nemen binnen een lange
termijnvisie. Ze lanceren ook ideeën, maar voeren geen beleid:
een strategie uittekenen en de ideeën realiseren. Ik verwacht
van ministers dat ze bestaande ideeën omzetten in maatregelen.
Er wordt te veel met ideeën gespeeld en te weinig met
maatregelen. Je moet zeggen wat je doet, maar ook doen wat je
zegt.
In 1994 wijst Karel Pinxten er al op dat de overheid het
ondernemerschap te lang heeft genegeerd. In 1999 schrijft minister
van Economie Eric Van Rompuy, zijn nota 'Vlaanderen ondernemend
land'. In 2000 schrijft Dirk Van Mechelen 'Ondernemers, motoren van
vernieuwing', in 2001 Patrick Dewael 'Kleurrijk Vlaanderen', in 2002
Jaak Gabriëls 'Actieplan Ondernemerschap', in 2003 komt
Patricia Ceysens met drie of vier c's aandraven en lanceert Bart
Somers de Ondernemingsconferentie.
Wat mankeert er? Ondanks die
beleidsverklaringen staan onze indicatoren nog slecht. Zo creëer
je frustraties. Het schort ons aan een uitgewerkt beleid.
Nu
staat het idee op stapel om elke starter een 'accountmanager' te
geven, die alle formaliteiten en formulieren voor hem zal verzorgen.
Zo zet je de wereld op zijn kop. Dan moeten de politici niets doen
aan de 581 regeltjes. Integendeel, ze maken een regel
bij.
Vlaanderen maakt de voorbije jaren een inhaalbeweging,
maar op het vlak van ondernemerschap scoren we nog altijd slecht in
vergelijking met de andere EU-landen. Met Ondernemingsconferenties
en andere rondetafels zoeken ministers en sociale partners naar een
oplossing. Maar Hans Crijns, professor aan de Vlerick Leuven Gent
Management School, vindt dat ze het ondernemerschap veel te beperkt
zien.
Uw boek voert een maatschappelijke discussie:
ondernemerschap begint bij de wieg en loopt over het onderwijs door
naar ons professioneel leven. Het raakt de ziel van gemeenschap:
Vlamingen zijn niet ondernemend meer. Mocht u een superminister
zijn, waar zou u eerst aan beginnen?
Hans Crijns: Bij het
onderwijs. Dat is het fundament. Met meer interactiviteit,
creativiteit en zelfredzaamheid worden jongeren vanzelf ondernemend.
En geef mensen kansen tot levenslang leren.
Maar scholen
hebben toch mini-ondernemingen?
Hans Crijns: Nu maakt u me kwaad.
Slechts een kleine minderheid van de leerlingen kan met de
mini-ondernemingen meedoen. Dit is een echt schaamlapje. Politici
pakken er graag mee uit, maar ze hebben er amper geld voor
over.
Mocht ik minister zijn, zou ik een hele reeks inefficiënte
initiatieven afvoeren en plaats ruimen voor lichtende voorbeelden
als de mini-ondernemingen, de business angels-netwerken en de tante
Agaat-regeling, waarbij starters fiscaal aantrekkelijke leningen
krijgen van familieleden en vrienden.
De schandalen
Met
schandalen als Lernout & Hauspie, Enron of Ahold krijgt het
ondernemerschap toch een kwade bijsmaak?
Hans Crijns: Zo'n
affaires kunnen we missen als kiespijn. De Romeinen wisten het al:
de vrouw van Caesar moet onbesproken blijven, omdat de keizer een
voorbeeldfunctie heeft. Dat geldt ook voor ondernemers: ze moeten
waarden en goede praktijken gebruiken. Transparantie, bescheidenheid
en eerlijkheid, niet enkel in woorden maar ook in daden.
Bedrijfsleiders moeten de nodige nederigheid aan de dag leggen.
Ze moeten beseffen dat overdreven zelfvertrouwen, grote ego's en
arrogante betweterij aan de basis liggen van zowat alle
ontsporingen. Ze niet denken dat elke tegenmacht verlammend werkt op
hun grote creativiteit en briljant entrepreneurship. Maar van de
andere kant moeten ondernemers juist mensen zijn met een groot ego
en doorzettingsvermogen. Als dat geen paradox is?
Een
stroom ideeën
We worden overspoeld door nieuwe
ideeën, zegt u. Dat is toch niet verkeerd?
Hans Crijns: Ik
zie drie soorten spelers. Allereerst, de supporters, de experts en
de politici: hun agenda bulkt van de ideeën om ondernemersschap
te stimuleren.
Twee: het brede publiek, de 'mensen'. Zij staan
cynisch langs de kant te kijken: "Eerst moesten we kwaliteit
leveren, dan moesten we flexibel zijn en nu weer ondernemend?"
Ze reageren apathisch.
De derde groep zijn de ondernemers zelf.
Ze voelen zich door het beleid benadeeld en door de bevolking niet
begrepen.
Het gevaar bestaat dat we voor een schisma staan: dat
de eerste groep de derde groep dicteert wat ze moet doen. In plaats
van tientallen ideeën te lanceren, zouden we maatregelen moeten
nemen die een breed draagvlak hebben.
Hadden die politici een
concrete maatregel uitgewerkt, dan stonden we nu misschien
verder?
Hans Crijns: Maar die hebben allemaal iets gerealiseerd.
De belastingen op de vennootschappen zijn, bijvoorbeeld, verlaagd.
De opleidingscheques werden gelanceerd. Er zijn hier en daar nieuwe
bedrijfsterreinen. Maar het ontbreekt aan consistentie.
Het
beroemde Masterplan?
Hans
Crijns: Sommige ondernemers zeggen me dat het al een vooruitgang zou
zijn mocht er een tijdje niets veranderen. Dat ze een periode weten
waar ze aan toe zijn.
Het beleid zal accenten moeten leggen voor
een offensieve aanpak. Ik heb
minister-president Somers
aangeraden een Masterplan te schrijven om de Vlaamse
innovatie-inspanningen beter te kunnen richten. En dat liefst in die
domeinen waar wij een speciale competentie in hebben. En voor zo'n
plan moeten de partijen zich engageren, niet de individuen. Dat
hebben we met de doelstellingen van het Pact van Vilvoorde. Dat is
een echte verwezenlijking.
Bibber op het lijf
Maar
vandaag loopt er de Ondernemingsconferentie?
Hans Crijns: Die
conferentie zit vol met mensen uit de eerste groep. Het VBO en Unizo
vertegenwoordigen er de ondernemers met hun bekende discours over
'te hoge loonkosten', 'minder belastingen' en 'grotere
flexibiliteit'. Dat zijn valabele punten.
Maar alles dreigt hier
op een hoop te worden gegooid: de kortetermijnacties rond loonkosten
samen met het debat over onze ondernemingsgeest. Dat is veel
fundamenteler. Zich ondernemend opstellen is een individuele
uitdaging. Dat gaat op voor jongeren, ouderen, verpleegsters,
journalisten, leraars, ... Het debat over ondernemingen is veel
enger.
Ondernemerschap is niet hetzelfde als het beleid van een
KMO. Er is ook een heel verschil tussen de geest van het ondernemen
en de geest van de onderneming. Ondernemen gaat over 'creatieve
vernieling' (Schumpeter). Nu, een samenleving, bestaande
ondernemingen en individuen houden niet van creatieve destructie.
Die weerstand tegen verandering kennen we al langer dan
vandaag.
Dat is ook heel vervelend.
Hans Crijns: Elke
vernieuwing jaagt bestaande structuren de bibber op het lijf.
Ondernemerschap is voor de bestaande orde een gevaarlijk begrip.
Nochtans hoor ik hen die het bestaande willen verdedigen, met
ondernemerschap uitpakken. En dat is een tegenspraak.
Waarom?
Hans
Crijns: De meeste mensen beschouwen zichzelf als redelijk en
proberen zich aan hun omgeving aan te passen. Niet zo de
ondernemende mens. Die probeert de wereld naar zijn hand te zetten.
Hij wordt daarom vaak als onredelijk beschouwd. Om het met G.B. Shaw
te zeggen: 'The reasonable man adapts himself to the world. The
unreasonable one persists in trying to adapt the world to himself.
Therefore all progress depends on the unreasonable man.' Kijk naar
Paul Janssen, Bill Gates of Marc Coucke. We willen wel vooruitgang,
maar nemen we er de onredelijkheid op de koop toe?
We moeten
beseffen dat het ondernemerschap een multidimensionaal begrip is.
Het presenteert zich in verschillende vormen. Geeft mensen daarom de
kans om zich ondernemend te tonen: in bedrijven, maar ook in
non-profitorganisaties, de overheid, het onderwijs. Ondernemen
betekent niet alleen zich aanpassen, maar loskomen van bestaande
gewoontes en omgaan met onzekerheid. Van in de keuken tot in de
slaapkamer, van op het voetbalveld tot in de pastorie, van de
kleuterklas tot aan de universiteit. Kunnen wij dat wel? Als ik hoor
hoeveel tamtam er gemaakt wordt over het afschaffen van een deel van
de loonbaanonderbreking, over het pensioen. Willen wij wel een
ondernemende samenleving?
Verwennen
De voorbije
honderd jaar kregen we, integendeel, steeds meer zekerheid?
Hans
Crijns: Wat remt jonge mensen af om een eigen bedrijf te starten?
Schrik om failliet te gaan en angst voor de onzekerheid. Momenteel
zijn Belgen zeer goed in ondernemend gedrag in grote
ondernemingen.
We kunnen onze ondernemersgeest toch niet
laten afhangen van de overheid?
Hans Crijns: Er heerst hier te
veel het idee dat de overheid maar voor geld moet zorgen. Ook dat is
verkeerd. Waarom investeren de mensen hun eigen geld niet?
Ondernemers hebben geen cadeaus nodig, anders komt de lat te laag te
liggen.
Neem in het veldrijden Sven Nys en Mario De Clercq. Zij
vragen om een zwaar parcours om de concurrentie uit de wielen te
kunnen rijden. Bart Somers, daarentegen, stelt voor om starters een
minimumloon te garanderen. Dat is verkeerd: hoe kan je goede
ondernemers maken door hen te verwennen?
ARKimedes, de
formule van fiscaal vriendelijke leningen van familieleden en
vrienden aan starters, is nog niet operationeel (en heet vandaag
blijkbaar 'Vriendenbank'). En enkele administratieve
vereenvoudigingen voor bedrijven via de Kruispuntbank faalden omdat
er technische problemen rezen. Waarom botsen die enkele goede
initiatieven voor ondernemers op onkunde?
Hans Crijns: Men is
zeer goed in het formuleren van ideeën en het gieten in
wetteksten. Maar operationeel is men niet zo sterk. Dat gebeurt ook
in bedrijven. Ik heb daar begrip voor. De druk op politici is groot
om snel successen te halen.
Niet populair
We
kunnen blijkbaar het ondernemerschap niet stimuleren zonder andere
initiatieven in te perken. Dat betekent onpopulaire
maatregelen?
Hans Crijns: Heel wat bestaande zaken brengen weinig
bij. De overheid is te schraperig: ze verdeelt de koek over te veel
punten. Verschuif dat geld naar 'best practices'. Mochten de
ministers die allen een deel van hun budget aan ondernemerschap
besteden, dit op een meer efficiënte manier aanpakken, dan
waren we al een stap verder.
Zegt u nu dat er voldoende
middelen zijn?
Hans Crijns: Ja, maar het is wel moeilijk om het
budget voor 'ondernemerschap' te kennen. Het ministerie van
Onderwijs speelt hier, bijvoorbeeld, een belangrijke rol maar heeft
geen post 'ondernemerschap'. Dan zijn er nog de ministers van
Economie, van Ruimtelijke Ordening en van Innovatiebeleid.
Als we
een geïntegreerd beleid willen, moeten verschillende ministers
hun acties bundelen. En dan zijn de belastingen nog federale
materie.
U pleit dus voor een soort coördinator?
Hans
Crijns: Zorg voor een verantwoordelijke, een 'Gezant voor
Ondernemerschap'. Zo pakken ze het aan binnen de Europese Commissie.
Daar heeft Industrie-commissaris Erkki Liikannen ondernemerschap
aangeduid als één van de drie sleutelsectoren. Timo
Summa ligt aan de basis van een document dat vol concrete suggesties
staat. Hoe maken we bankleningen, bijvoorbeeld, vlotter toegankelijk
voor starters? De EU staat dus al twee stappen verder dan
Vlaanderen. Het debat over het stimuleren van ondernemerschap zijn
we al lang voorbij. We weten hoe dat moet. Nu moet dat concreet
ingevuld worden.
In Vlaanderen komen elk jaar 4.000 bedrijven in
de kritische fase van de successie omdat de stichter te oud wordt.
Een deel verdwijnt, wordt verkocht en gaat over naar de kinderen.
Waarom creëert niemand hiervoor een echte markt?
Er zijn
toch al makelaars actief?
Hans Crijns: (zucht) Die willen snel
geld verdienen. Laat de overheid de spelregels bepalen.
-
Hans Crijns, Icarus Achterna? Essay van de toekomst: Ondernemen in
Vlaanderen, Van Halewyck, Leuven, 2003, 95 blz., 10 euro
Wat
moeten we doen?
Hans Crijns ziet drie luchtlagen waarin
Icarus, zijn symbool voor een ondernemende Vlaming, kan groeien. Op
deze drie niveaus moet er dringend iets gebeuren:
1. Het
economische weefsel revitaliseren:
- door betere vorming van
kennis
- stimuleren van innovatie, kenniscentra
- die kennis
verankeren in clusters
- meer marktwerking (vooral in de
dienstensector)
- lagere loonkosten
2. Een economie waar
groeiers hun weg vinden:
- het opheffen van toegangsbarrières
-
betere toegang tot financiering
- kansen om opnieuw te starten
(na faillissement)
- diepere samenwerking tussen universiteiten,
hogescholen en bedrijven
3. Ondernemende samenleving (= het
fundament)
- aandacht voor maatschappelijk verantwoord ondernemen
(bijvoorbeeld: ondervertegenwoordigde groepen integreren)
-
positieve houding tegenover ondernemerschap
- onderwijs moet
ondernemerschap aanmoedigen.