Het Milieu-inovatie platform MIP

 

 

De Vlaamse regering lanceert, in uitvoering van één van de opties van de Ondernemingsconferentie, het milieu-innovatie platform (MIP). Het is de bedoeling om alle relevante actoren uit het bedrijfsleven, de onderzoeksinstellingen, de overheidsbedrijven en de overheidsadministraties bij dit platform te betrekken teneinde onderlinge samenwerking en synergie te bewerkstelligen. Enerzijds zullen de subsidieprogramma's van het IWT actiever benut worden voor projecten gericht op een duurzame technologische ontwikkeling (extra steun en een hogere prioriteit in de steunselectie). Anderzijds wordt voorzien in de oprichting van een Excellentiepool Milieutechnologie in de schoot van VITO, dat daartoe zijn expertise zal bundelen met de expertise aanwezig bij universiteiten, hogescholen en onderzoeksintellingen. Voor meer inlichtingen kan men terecht bij de persdienst van de Vlaamse milieuminister ( )

Tevens in het kader van Ondernemingsconferentie keurde de Vlaamse regering de oprichting van het digitaal kenniscentrum Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen principieel goed. De bedoeling van het digitaal kenniscentrum is de ervaring, kennis en informatie rond toekomstgericht ondernemen in Vlaanderen te bundelen en toegankelijk te maken voor iedereen. Concreet zal het kenniscentrum vier opdrachten hebben:

- aanbieden van informatie en ondersteuning op het vlak van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen;

- doorverwijsfunctie naar meer gespecialiseerde personen of organisaties. Zo zal een databank ontwikkeld worden met alle mogelijke informatieaanbieders;

- bevorderen van netwerken tussen de verschillende actoren. Door bijvoorbeeld discussieplatforms te organiseren maar ook door het organiseren van workshops en congressen;

- identificeren van blinde vlekken. Door het inventariseren van de bestaande kennis zullen de blinde vlekken opgespoord worden.

a. Steun voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten

Het IWT-Vlaanderen kent bedrijfssubsidies toe aan bedrijven, van KMO's tot multinationals, met activiteiten in het Vlaamse gewest die willen innoveren door het uitvoeren van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject37. De minimale voorwaarde is het beschikken over een rechtspersoonlijkheid op het moment van de ondertekening van de overeenkomst. De projecten kunnen eventueel in samenwerking met andere bedrijfspartners en/of onderzoekspartners, uitgevoerd worden.

Het aanvragende bedrijf en de partners mogen van buitenlandse oorsprong zijn, maar moeten wel in het Vlaamse Gewest gevestigd zijn. Het is essentieel dat de resultaten van het project, in geval van succes, in eerste instantie in Vlaanderen worden gevaloriseerd.

IWT-Vlaanderen maakt een onderscheid tussen drie types van activiteiten die in aanmerking komen voor steun. Elk van deze activiteiten houdt in meer of mindere mate een wetenschappelijk of technologisch risico in:

  • Industrieel basisonderzoek (BO): dit wetenschappelijk-technologisch onderzoek is gericht op het genereren van nieuwe kennis. Deze kennis kan achteraf gebruikt worden bij de ontwikkeling van nieuwe producten, processen of diensten, of kan de basis vormen voor het verbeteren van bestaande producten, processen of diensten. Het resultaat vereist in principe dus een steunbaar O&O-vervolgtraject. Aan industrieel basisonderzoek wordt een subsidie verleend van 50% van de door IWT-Vlaanderen aanvaarde kosten van het onderzoeksproject;

  • prototype- of Ontwikkelingsactiviteiten (PO): dit type activiteiten beoogt de omzetting van technologische kennis in ontwerpen voor nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, processen of diensten. Dit omvat ook het vervaardigen van een eerste prototype of eerste demonstratie- of modelprojecten voor zover de resultaten niet rechtstreeks voor commerciële doeleinden kunnen worden aangewend. Voor prototype- of ontwikkelingsprojecten wordt een subsidie van 25% van de door IWT-Vlaanderen aanvaarde kosten verleend.

  • gemengd onderzoek (GO): wordt beschouwd als een mengvorm van industrieel basisonderzoek en ontwikkeling. Het steunpercentage voor gemengd onderzoek bedraagt daarom het gemiddelde van de steunpercentages voor het industrieel basisonderzoek en prototype-ontwikkeling, namelijk 38%.

Enkel kosten die gemaakt zijn na indiening van de aanvraag tot steun kunnen aanvaard worden. De kosten moeten noodzakelijk zijn en rechtstreeks aan het project kunnen toegerekend worden. Voor de bepaling van het basissteunpercentage worden drie criteria gehanteerd: de kennisverwerving, de technologische uitdaging van het project en het vervolgtraject. Aan industrieel basisonderzoek wordt een basissubsidie verleend van 50% van de aanvaarde kosten van het onderzoeksproject. Voor prototype- of ontwikkelingsprojecten wordt een subsidie van 25% van de aanvaarde kosten verleend. Het steunpercentage voor gemengd onderzoek bedraagt 38%.

Het steunpercentage wordt verhoogd met 10% indien aan één van de volgende voorwaarden voldaan is:

  • voor die activiteiten van het onderzoeksproject uitgevoerd door KMO’s;

  • het project heeft een EUREKA-label heeft, en minstens 2 lidstaten van de Europese Unie in het project zijn vertegenwoordigd;

  • het project beantwoordt aan de criteria van andere specifieke acties beslist door de Vlaamse Regering (bijvoorbeeld Duurzame Technologische Ontwikkeling, Lucht- en Ruimtevaart, EFRO-doelstellingsgebied).

De steunpercentages kunnen als volgt verhoogd worden:

  • verhoging met maximaal 10% indien de steun ten goede komt aan kleine en middelgrote ondernemingen;

  • verhoging met maximaal 5 % indien het onderzoeksproject wordt uitgevoerd in een regio die in aanmerking komt voor steun krachten artikel 87, lid 3 c) van het EG-verdrag;

  • een verhoging met maximaal 15% is van toepassing wanneer het onderzoeksproject aansluit bij de doelstellingen van het project of een specifiek programma dat is opgesteld ingevolge het communautaire kaderprogramma op het gebied van onderzoek en ontwikkeling;

  • een verhoging met maximaal 10% kan worden toegekend wanneer een onderzoeksprogramma niet aansluit bij de doelstellingen van een project of een specifiek programma dat is opgesteld ingevolge het communautaire kaderprogramma op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, indien aan ten minste één van de drie volgende voorwaarden voldaan is:

    • het project wordt uigevoerd op basis van daadwerkelijke grensoverschrijdende samenwerking waarbij ten minste twee onafhankelijke partners uit twee Lidstaten betrokken zijn;

    • het project wordt uitgevoerd op basis van een daadwerkelijke samenwerking tussen ondernemingen en onderzoeksinstellingen in het bijzonder in het kader van een actieprogramma binnen het wetenschaps- en technologisch innovatiebeleid van de Vlaamse regering;

    • het project gaat gepaard met een ruime verspreiding en publicatie van de resultaten, de toekenning van octrooivergunningen of welk ander adequaat middel dan ook volgens dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor de verspreiding van de resultaten van communautair onderzoek en technologische ontwikkeling krachtens artikel 130 J van het EG-verdrag.

De verhogingen van de steunpercentages kunnen gecumuleerd worden tot het maximale steunpercentage van 75% voor industrieel basisonderzoek en 50% voor prototype-ontwikkeling.

Naast deze subsidie kan de KMO een aanvullende voorfinanciering krijgen in de vorm van een achtergestelde lening. Deze aanvullende financiering en de toegekende subsidie bedragen samen maximaal 80% van de projectkosten.

Voorstellen voor O&O-projecten kunnen doorlopend ingediend worden bij IWT-Vlaanderen. Een projectvoorstel omvat de volgende onderdelen, in te vullen volgens een standaardprocedure:

  • algemene administratieve inlichtingen over de aanvrager en eventuele andere deelnemers aan het project;

  • beschrijving van het projectvoorstel;

  • het valorisatiepotentieel van de projectresultaten;

  • financiële aspecten van het project: begroting per partner en gevraagde steun;

  • profiel van de aanvrager en van de eventuele andere deelnemers aan het project.

Het IWT-Vlaanderen beschikt over een gedetailleerde handleiding hiervoor, die op eenvoudige aanvraag en gratis verkrijgbaar is, of via de website.

De aanvraag dient ingediend te worden bij:

IWT
Bischoffsheimlaan 25 te 1000 Brussel
tel.: 02/209 09 14, fax: 02/223.11.81
e-mail: :
iwt-bedrijfssubsidies@iwt.be
website:
http://www.iwt.be/steun/loket/oeno
contactpersoon: Peter Verstraeten
e-mail:
pv@iwt.be

b. Strategisch basisonderzoek

Op 3 oktober 2003 is het reglementair besluit dat de financiering van het strategisch basisonderzoek (SBO) in Vlaanderen regelt, goedgekeurd38. Strategisch basisonderzoek situeert zich tussen het fundamenteel algemeen kennisverruimend onderzoek (doorgaans aan de universiteiten) en het meer specifiek gericht toegepast onderzoek (doorgaans bij de bedrijven ,overheidsinstellingen en andere economische of maatschappelijk actoren).

Het SBO-kanaal is toegankelijk voor alle Vlaamse O&O-actoren. Een Vlaamse O&O-actor wordt gedefinieerd als een in het Vlaamse gewest gevestigde O&O-actor (universiteit, bedrijf, collectief centrum, onderzoeksinstelling…), evenals een in het Brussels Gewest gevestigde Vlaamse universiteit of Vlaamse hogeschool.

Een SBO-projectvoorstel moet ingediend worden door minstens één Vlaamse O&O-actor. Verder gelden de volgende specifieke randvoorwaarden :

  • het Interuniversitair Instituut voor Micro-Electronica, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, het Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie, het Vlaams Instituut voor de Zee en de Vlaamse wetenschappelijke instellingen met een dotatie van de Vlaamse overheid, dienen een SBO-projectvoorstel in te dienen in samenwerking met minstens één andere Vlaamse O&O-actor;

  • een Vlaamse hogeschool dient altijd een SBO-projectvoorstel in, in samenwerking met of minstens na advies van de universiteit binnen de associatie waarmee ze verbonden is. Vlaamse hogescholen dienen steeds een projectvoorstel in te dienen in samenwerking met minstens één andere Vlaamse O&O-actor;

  • een Vlaamse O&O-actor kan ook een projectvoorstel indienen met één of meerdere O&O-actoren van buiten Vlaanderen. In het projectvoorstel moet natuurlijk worden aangetoond dat de inbreng noodzakelijk is voor het uitvoeren van het strategisch onderzoek en tevens voor het bewerkstelligen van de economische of maatschappelijke valorisatieperspectieven in Vlaanderen.

De projectduur bedraagt in principe vier jaar. Uitzonderlijk en mits een grondige motivering kan een project een kortere looptijd hebben, waarbij twee jaar als een strikt minimum dient te worden gehanteerd. Een projectduur van vier jaar is immers doorgaans aangewezen voor strategisch basisonderzoek en dit ongeacht de finaliteit van het onderzoek.

De begroting voor een project is a priori vastgelegd op minimaal 185.000 EUR en maximaal 500.000 EUR per jaar. In het SBO-kanaal wordt verder een belangrijke aanmoediging ingebouwd tot samenwerking en consortiumvorming over instellingsgrenzen heen. Indien het project in consortiumverband wordt uitgevoerd kan de projectbegroting worden verhoogd tot een maximum van 500.000 EUR per jaar vermenigvuldigd met het aantal rechtspersonen die als projectaanvrager optreden op voorwaarde dat de deelprojectbegroting van deze projectaanvragers minimaal 15% van de totale projectbegroting bedraagt. Hierbij dient gewezen op het feit dat een onderzoekspartner binnen een consortium niet noodzakelijk 15% van de projectbegroting moet opnemen.

Het steunpercentage voor een SBO-projectvoorstel of een gedeelte van een SBO-projectvoorstel uitgevoerd door een openbare hoger-onderwijsinstelling of een openbaar onderzoekscentrum bedraagt 100% van de aanvaardbare kosten. Voor de aanvaardbare kosten van een SBO-project zijn a priori de normale regels van het IWT-kostenmodel geldig voor O&O-bedrijfsprojecten van toepassing (zie website http://www.iwt.be )

Voor meer inlichtingen kan men terecht op onderstaand adres:

IWT
Bischoffsheimlaan 25 te 1000 Brussel
de heer Paul Schreurs
tel.: 02/209 09 45, fax: 02/223.11.81
e-mail:
sbo@iwt.be
internet:
http://www.iwt.be
Een volledige handleiding is beschikbaar op deze website.

c. Innovatiesteun voor KMO’s

Ingevolge de opstart van het Vlaams Innovatiefonds (Vinnof) werd er aan het KMO-programma een nieuwe "IWT-Innovatiestudie Type 6" toegevoegd. Dit nieuw IWT-product richt zich tot KMO-starters die rond een innovatief idee, product of dienst - al dan niet technologisch van aard -een economische activiteit willen opstarten. De voorziene toelage voor de studie van maximaal 2 jaar bedraagt maximaal 100.000 euro. Deze financiële ondersteuning is bedoeld om de starters de kennis te laten ontwikkelen om hun idee, product of dienst te realiseren en te commercialiseren.

Elke KMO die een IWT-subsidie aanvraagt in het KMO-programma kan een achtergestelde lening aanvragen bovenop de subsidie. Deze lening wordt voortaan gefinancierd vanuit Vinnof.

Assemblagebedrijven uit de automobielsector alsook de bedrijven uit hun toeleveringsketting kunnen sinds maart 10% extra steun krijgen op een goedgekeurd O&O-bedrijfsproject, KMO-Innovatieproject of een KMO-Innovatiestudie Type 2/3, 5,6. Het project moet zich primair richten tot de voertuigsector. Deze extra steun is cumuleerbaar met andere verhoogde steunpercentages, mits het maximumsteunpercentage niet overschreden wordt, met uitzondering van Eureka steun.

Om in aanmerking te komen voor steun voor de uitvoering van haalbaarheidsstudies en innovatieprojecten van beperkte omvang, moet de onderneming een KMO zijn met exploitatiezetel in Vlaanderen en voldoen aan de volgende definitie:

  • het bedrijf betreft een onderneming met rechtpersoonlijkheid (NV, BVBA, EBVBA, CV, VZW..) met exploitatiezetel in het Vlaamse gewest;

  • het bedrijf stelt minder dan 250 werknemers;

  • realiseert minder dan 50 miljoen euro jaaromzet of minder dan 43 miljoen euro balanstotaal;

Voor de berekening van deze criteria moet er tevens geconsolideerd worden wanneer het bedrijf geen zelfstandig bedrijf is. Het bedrijf is niet zelfstandig wanneer er één of meerdere partnerondernemingen en/of verbonden ondernemingen zijn.

Sedert juni 2002 is een nieuwe handleiding van toepassing voor de KMO-innovatieprojecten (zie website http://www.iwt.be/kmo/kmoprog.htm ). De voornaamste wijzigingen zijn:

  • optioneel kan men een voorbereidingskost van het indieningsdossier voorzien ten belope van 10% van de eigenlijke studiekosten met een maximum van 3.000 EUR en mits deze verantwoord wordt;

  • mits voldaan is aan de voorwaarde van innovatie/originaliteit kunnen ook engineeringsactiviteiten aanvaard worden voor zover het duidelijk handelt om creatieve en intelligente engineering die als niet gebruikelijk voor de onderneming kan aanzien worden;

  • een extra steun van 5% of 15% is mogelijk voor KMO's die in een EFRO-doelstellingsgebied gevestigd zijn;

  • een extra steun van 10% is mogelijk indien het project ingepast kan worden binnen de DTO-regeling (Duurzame Technologische Ontwikkeling). Contactpersoon: mevr. Kathleen Goris van het IWT, tel.: 02/20 90 989, fax: 02/223 11 81, e-mail: DTO@iwt.be ) ;

  • een extra steun van 10% is mogelijk indien het project ingepast kan worden binnen de LuRu-regeling (Lucht- en Ruimtevaart)(meer inlichtingen in verband met deze steunregeling zijn te bekomen bij mevr. Annie Renders van het IWT, tel.: 02/20.90.900, fax: 02/22 31 81, e-mail: ar@iwt.be )

Deze extra-steun kan echter nooit leiden tot een globaal steunpercentage hoger dan 7.500 EUR bij type 1. Voor type 2 en 3 wordt de steun beperkt tot maximum 75%. Voor innovatieprojecten is het maximaal steunpercentage 50 % van de aanvaarde projectkosten.

Er kan nooit retroactief steun verleend worden.

Het KMO-programma voorziet financiële steun voor de volgende vier projectvormen:

c.a. KMO-innovatiestudie - type 1:
  • definitie: grondig technologisch advies integraal uitbesteed aan een door het IWT erkend kenniscentrum;

  • duur: maximum 6 maanden;

  • begroting: minimaal 7.500 euro;

  • steun: 60% van de aanvaarde kosten met een maximum steun van 6.500 euro;

  • aantal: maximum twee KMO-innovatiestudies type 1 kunnen per kalenderjaar gesteund worden.

De KMO-innovatiestudie type 1 is een grondig technologisch advies vanwege door het IWT erkende kenniscentra, dat een antwoord biedt op een technologische vraag die zich stelt rond een mogelijk innovatie van een product, proces of dienst binnen het bedrijf. Het betreft dus een zinvolle kennisoverdracht van voor specifieke technologische probleemstelling relevante technologische kennis vanuit het kenniscentrum.

Ook ondernemingen actief in de social profitsector kunnen aanvrager zijn mits zij een voldoende economisch valorisatiepotentieel kunnen aantonen.

c.b. KMO-innovatiestudie type 2:
  • definitie: studie uitgevoerd met voornamelijk een eigen inbreng van de aanvragende KMO;

  • duur: maximum 12 maanden;

  • begroting: minimaal 7.500 euro;

  • steun: 60% van de aanvaarde kosten met een maximum steun van 22.000 euro;

  • aantal: maximaal 2 KMO-innovatiestudies type 2 en type 3 tezamen kunnen per kalenderjaar gesteund worden.

De KMO-innovatiestudie type 2 is een voorstudie van beperkte omvang die tot doel heeft na te gaan of en op welke wijze een innovatie kan gerealiseerd worden. Het betreft een diepgaande voorstudie waarvoor de onderneming zelf over de nodige competentie beschikt en die in eigen beheer uitgevoerd wordt.

c.b. KMO-innovatiestudie type 3:
  • definitie: studie uitgevoerd met een eigen inbreng van de aanvragende KMO én met een noodzakelijke en substantiële kennisinbreng van derden (minimum een derde van de kosten worden besteed aan derden);

  • duur: maximaal 12 maanden;

  • begroting: minimaal 7.500 euro;

  • steun: 60 % van de aanvaarde kosten met een maximale steun van 22.000 euro aangevuld met 60% van de aanvaarde kosten van derden tot een globaal maximum steunbedrag van 33.000 euro;

  • aantal: maximaal 2 KMO-innovatiestudies type 2 en type 3 kunnen per kalenderjaar gesteund worden;

De KMO-innovatiestudie type 3 is een voorstudie van beperkte omvang die tot doel heeft na te gaan of en op welke wijze een innovatie kan gerealiseerd worden. Voor deze studie is de inbreng van een derde noodzakelijk.

c.c. KMO-innovatieproject:
  • definitie: projecten gericht op de concrete realisatie van een innovatie;

  • duur: maximum 24 maanden;

  • begroting: minimaal 50.000 euro en maximaal 500.000 euro;

  • steun: toelage van 35% van de aanvaarde kosten die zo gewenst kan aangevuld worden met een achtergestelde lening tot maximaal 80% van de aanvaarde kosten;

  • aantal: maximaal 2 KMO-innovatieprojecten kunnen per kalenderjaar gesteund worden.

Een KMO-innovatieproject is gericht op het concreet realiseren van een innovatie. Deze innovatie vergt de uitwerking van een technologische oplossing waarbij technische kennis moet vergaard worden en/of creatief en intelligent moet toegepast worden. Dit tot stand brengen van de innovatie (een nieuw of verbeterd product, proces of dienst) en de bijbehorende kennisopbouw/verwerving/toepassing geschiedt daarbij typisch door middel van technologische ontwikkeling en/of implementaire activiteit. Er is geen verplichting om eerst een KMO-innovatiestudie uit te voeren alvorens te starten met een innovatieproject.

Bij de innovatie-studies gebeurt de uitbetaling in twee schijven. De eerste schijf wordt overgemaakt binnen de 14 dagen na de goedkeuring van de steun (type 1). Bij de twee andere types gebeurt dit aansluitend op de officiële melding van de toekenning van de steun. De laatste schijf wordt voor alle innovatiestudies pas uitbetaald na controle van het eindverslag.

De uitbetaling van de toegekende steun aan een KMO-innovatieproject gebeurt in zesmaandelijkse schijven, te starten met een eerste schijf bij ondertekening van de IWT-overeenkomst. Tijdens de uitvoeringsfase van het project wordt een totaalbedrag van 80% van de voorziene steun uitbetaald. De laatste schijf wordt berekend in functie van de reëel gemaakte en bewezen projectkosten en slechts uitbetaald na controle van het eindverslag. Deze schijf bedraagt dus maximaal nog 20% van de initieel voorzien steun.

Voorstellen voor KMO-Innovatiestudies en KMO-Innovatieprojecten kunnen doorlopend ingediend worden bij IWT-Vlaanderen -KMO-Programma. Per kalenderjaar kunnen per KMO maximaal twee KMO-Innovatiestudies Type 1, twee KMO-Innovatiestudies Type 2 of 3, twee KMO-Innovatiestudies Type 4 en twee KMO-Innovatieprojecten voor steun aanvaard worden. Per KMO kan maximaal één KMO-Innovatiestudie Type 5 gesteund worden. Het projectvoorstel omvat de volgende onderdelen:

  • algemene administratieve inlichtingen over de aanvrager en eventuele andere deelnemers aan het project;

  • beschrijving van het projectvoorstel;

  • het valorisatiepotentieel van de projectresultaten;

  • financiële aspecten van het project: begroting per partner en gevraagde steun;

  • profiel van de aanvrager en van de eventuele andere deelnemers aan het project.

IWT-Vlaanderen beschikt voor elk projecttype in het KMO-Programma over een gedetailleerde handleiding, die op eenvoudige aanvraag en gratis verkrijgbaar is, of via de website.

De aanvraag tot accreditering wordt beoordeeld op basis van de volgende criteria:

  • het kenniscentrum dient een opdracht te bezitten van technologiediffusie naar Vlaamse KMO's en daartoe financiële overheidsmiddelen te ontvangen of op punt staan te verwerven;

  • het kenniscentrum dient een exploitatiezetel te hebben in het Vlaamse gewest of in België, en in het laatste geval met een ruim actief klantenbestand in het Vlaams gewest;

  • het kenniscentrum dient te beschikken over een eigen onderzoeksinfrastructuur en -apparatuur en ingebed te zijn in een technologisch-wetenschappelijk onderzoekscentrum;

  • de nodige competentie moet aanwezig zijn om Vlaamse KMO's te begeleiden bij de indiening en uitvoering van innovatiestudies.

Naast de vier bestaande projecttypes heeft de Vlaamse regering beslist om twee nieuwe projecttypes te introduceren:

- de KMO-innovatiestudie type 4 die Vlaamse KMO's wil aanmoedigen om tot innovatie te komen via grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden. Het nieuwe financieringsinstrument wil de haalbaarheid voor KMO's tot deelname aan Europese onderzoekprogramma's en projecten van Europese technologietransfer, mogelijk maken. Men zal dus financiële ondersteuning geven voor alle activiteiten die aan bod komen in de voorbereidingsfase: zoeken naar de nodige partners, bespreking van de onderlinge taakverdeling, opstellen van samenwerkingsovereenkomsten, uitwerken van de steunaanvraag. De steun bedraagt 60 % van de aanvaardbare kosten en is begrensd tot maximum 10.000 EUR;

- de KMO-innovatiestudie type 5 wil de capaciteit van nog niet innovatieve KMO's verhogen door de aanwerving van een hooggeschoolde die een eerste innovatieplan kan uitwerken. De steun bedraagt 60 % van de aanvaardbare kosten (reële bruto loonkost gedurende maximaal één jaar van de nieuwe werknemer, verhoogd met 20 % van de werkingskosten). De steun is begrensd tot een maximum van 22.000 EUR. Doet de KMO beroep op een externe kennisinstelling voor extra begeleiding, dan kan hiervoor een extra aanvaardbare kost van maximum 30 % van de personeelskosten gebudgetteerd worden. In dit geval wordt de maximum toekenbare steun begrensd op 33.000 EUR.

Aanvragen moeten gericht worden aan:

IWT-Vlaanderen
KMO-programma
Bischoffsheimlaan 25
1000 Brussel
tel.: 02/209.90 .900
fax: 02/223 11 81
e-mail:
kmo.programma@iwt.be
website:
http://www.iwt.be/steun/loket/kmo
contactpersoon: Luc De Buyser

d. Steun aan Vlaamse Innovatie-samenwerkingsverbanden (VIS-programma)

Het financieringsinstrument VIS39 legt de focus op de optimalisering van de kennisuitwisseling tussen de kenniscentra en de bedrijven, KMO's in het bijzonder. Er wordt beroep gedaan op het intermediatie-proces omdat innovaties in veel gevallen efficiënter gebeuren door een uitwisseling van kennis. De globale doelstelling van deze actie is het stimuleren van technologische innovatie in Vlaamse bedrijven, in het bijzonder KMO's door

  • hen te sensibiliseren;

  • de toegang tot technologische kennis te verbeteren;

  • de toepassing van die kennis in de eigen context van het bedrijf te ondersteunen.

Een Vlaams innovatie-samenwerkingsverband is de gestructureerde samenwerking van in hoofdzaak Vlaamse bedrijven, met al of niet één of meerdere organisaties of instellingen, met het oog op het uitoefenen van activiteiten van collectief onderzoek, technologie-advies en/of technologische innovatie-stimulering.

Voor iedere projectcategorie worden specifieke modaliteiten afgesproken. Deze modaliteiten zijn gebaseerd op de doelstellingen die met de projecttypes worden beoogd. Om dus te kunnen nagaan of men voldoet aan de voorwaarden om een project in te dienen, moet men voldoen aan:

  • de algemene definitie van het begrip Vlaams innovatiesamenwerkingsverband;

  • de acceptatiecriteria geldig voor het specifieke projecttype (zie daartoe de specifieke handleidingen).

Zes projectvormen komen in aanmerking:

  • thematische innovatiestimulering (TIS);

  • technologische dienstverlening (TD inclusief GTA);

  • collectief onderzoek (CO);

  • subregionale innovatiestimulering (RIS);

  • samenwerkingsprojecten;

  • haalbaarheidsstudies voor thematische innovatiestimulering.

Afhankelijk van het soort project kan steun bekomen worden van 80% of 50 %.

IWT-Vlaanderen beschikt voor elk projecttype in het VIS-programma over een gedetailleerde handleiding, die op eenvoudige aanvraag en gratis verkrijgbaar is, of via de website.

De aanvragen moeten gericht worden aan:

VIS-programma
IWT-Vlaanderen
Bischoffsheimlaan 25 te 1000 Brussel
tel: 02/209 09 04, fax: 02/223 11 81
e-mail:
vis@iwt.be
website:
http://www.iwt.be/steun/steunpro/vis

e. Duurzame technologische ontwikkeling (DTO)

Deze nieuwe steunregeling is bedoeld voor projecten waarvan de innovatiedoelstelling gericht is op duurzame technologische ontwikkeling. Deze projecten kunnen genieten van extra steunvoordelen in de reeds bestaande steunmaatregelen voor onderzoek en technologische innovatie beheerd door IWT-Vlaanderen. Een project is gericht op duurzame technologische ontwikkeling wanneer ten minste één van de volgende doelstellingen gerealiseerd wordt:

  • besparing van grondstoffen en energie;

  • reductie van de emissies van milieubelastende stoffen;

  • vermindering van afval en andere milieuhinder;

  • gebruik van hernieuwbare grondstoffen en energiebronnen;

  • hergebruik en recyclage van grondstoffen;

  • verhogen van de levensduur van producten en processen.

Naast de innovatiedoelstelling moet het project bovendien leiden tot een verbetering met ten minste 30% van de eco-efficiëntie in vergelijking met het product, de dienst of het procédé dat vervangen wordt. Als alternatief voor deze voorwaarde mag de onderneming ook aantonen dat de nieuw ontwikkelde technologie de milieuprestaties van de best beschikbare technologie verbetert. Voldoet het project niet gelijkertijd aan de innovatiedoelstelling en aan de verbetering van de eco-efficiëntie met ten minste 30%, dan kan de onderneming nog altijd aantonen dat de in geld uitgedrukte waarde van de voorkomen milieuschade bij valorisatie van het project minstens vier keer groter is dan de waarde van de IWT-steun.

Projecten waarvan de innovatiedoelstelling gericht is op duurzame technologische ontwikkeling kunnen van de volgende steunmaatregelen genieten:

  • steuntoeslag van 10% cumuleerbaar met de gebruikelijke steun die het project krijgt als project voor industrieel basisonderzoek of prototype-ontwikkeling (zie punt a. hierboven), of als KMO-innovatieproject of als KMO-innovatiestudie van type 2 of 3 (zie punt b. hierboven). De maximale steun blijft begrensd tot 50 of 75%;

  • 50% steun voor een specifiek studieonderdeel inzake duurzame technologische ontwikkeling van een gewoon innovatieproject;

  • in KMO-innovatieprojecten en -innovatiestudies worden levenscyclusanalyses of ecodesignanalyses mee beschouwd en gesteund als technologische activiteiten.

Eenzelfde prioriteitsstelling wordt eveneens voorzien voor de overige steunprogramma's:

  • het strategisch basisonderzoek (SBO) (zie punt b. hierboven);

  • de projecten van technologie-transfer door instellingen van hoger onderwijs (TETRA-fonds) (zie punt i. HOBUfonds hieronder);

  • de projecten die uitgaan van Vlaamse Innovatie Samenwerkingsverbanden (zie d. VISprogramma hierboven).

Voor meer inlichtingen over deze steunmaatregel kunt u terecht op het adres vermeld onder a..

f. KIV: KMO-Innovatie Vlaanderen

KMO’s die een technisch hooggeschoolde40 willen inschakelen voor de realisatie van een KIV-innovatieplan in samenwerking met een onderzoekscentrum, kunnen onder bepaalde voorwaarden gedurende het eerste jaar een tussenkomst in het loon van deze hooggeschoolde bekomen alsook een steun voor begeleiding. Het bedrag van deze tussenkomsten is afhankelijk van de leeftijd en het diploma.

Een KIV-project kan niet worden ingediend door het bedrijf dat de steun ontvangt, maar dient te worden aangevraagd door het kenniscentrum dat het bedrijf begeleidt tijdens de uitvoering van het project.

Voor meer inlichtingen kunt u terecht bij:

IWT
Eric Sleeckx
Bischoffsheimlaan 25
1000 Brussel
tel.: 02/209 09 53
fax: 02/223 11 81
e-mail:
esl@iwt.be
website:
http://www.iwt.be

g. VIPO: Vlaams Initiatief voor Productontwikkeling

VIPO is een initiatief van het WTCM en Fabrimetal-Vlaanderen om de productontwikkeling in Vlaanderen te stimuleren en te ondersteunen. VIPO wordt als erkend cluster financieel gesteund door de Vlaamse regering. Het initiatief loopt in samenwerking met de collectieve centra voor metaalverwerking, textiel, hout en bouw.

VIPO dient ertoe bij te dragen dat de innovatieve kracht van Vlaamse bedrijven vertaald wordt in competitieve voordelen. Dit doet het o.a. door het propageren van nieuwe technologieën en het zoeken naar en implementeren van oplossingen via industriële projecten en een uitgebreide dienstverlening.

Vlaamse bedrijven kunnen bij VIPO terecht voor:

  • antwoorden op specifieke technische vragen;

  • analyse van hun productontwikkelingsorganisatie;

  • advies bij de keuze van ontwerphulpmiddelen;

  • ondersteuning bij de uitvoering van industriële of andere onderzoeksprojecten;

  • opleiding in ontwerpmethodieken;

  • berekeningen en prototypes;

  • het gebruik van de beschikbare infrastructuur.

Alle productieondernemingen gevestigd in het Vlaamse Gewest kunnen een beroep doen op VIPO voor begeleiding of advies omtrent productontwikkeling en kunnen voor bepaalde projecten betoelaagd worden voor 50%.

De subsidiëring is afhankelijk van de aard van de projecten:

  • de sensibilisering en de eerste contacten met VIPO zijn gratis;

  • voor de analyse van de productontwikkelingsorganisatie of advies bij de keuze van ontwerphulpmiddelen of advies bij de implementatie van verbeteringsacties kan de onderneming een subsidie bekomen van 50% van de kosten;

  • voor de engineering en realisatie van projecten wordt geen steun toegekend.

Voor meer inlichtingen kan men terecht bij:

VIPO
Paul Lamsens
Celestijnenlaan 300 C
3001 Heverlee
tel.: 016/32.26.53
fax: 016/32 29 84
e-mail:
vipo@wtcm.be
website:
http://www.wtcm.be/nl/projects/vipo
website:
http://www.iwt.be

h. EUREKA

Eureka is een stimuleringsprogramma voor toegepast marktgericht onderzoek. Het is geen initiatief van de Europese Commissie maar een samenwerkingsverband van 33 Europese landen. In een Eureka-project werken minstens twee partners uit twee Eureka-landen samen. Door Eureka wordt aan de projecten alleen een label toegekend dat het innovatief en internationaal karakter van het project erkent. De betrokken deelnemers in Vlaanderen krijgen hiervoor financiële ondersteuning van IWT-Vlaanderen.

Steun in het kader van EUREKA wordt door IWT-Vlaanderen toegekend aan alle in Vlaanderen gevestigde ondernemingen (van KMO tot dochter van een multinational), en hiermee samenwerkende onderzoekscentra, universiteiten en hogescholen. Voor de ondernemingen is het noodzakelijk dat ze een exploitatiezetel hebben in Vlaanderen waar tewerkstelling en economische activiteit plaatsvindt. De mogelijkheid tot valorisatie of toepassing van de onderzoeksresultaten in Vlaanderen staat centraal. Alle ondernemingstypes, met uitzondering van zelfstandigen, beoefenaars van vrije beroepen of nationale monopolies komen in aanmerking. Er zijn geen sectorale beperkingen maar onderzoek met militaire affiniteit wordt niet gesteund.

Het netwerk EUREKA verleent aan de goedgekeurde projecten de EUREKA-status, dat een erkenningslabel is. Het EUREKA-label wordt toegekend door de EUREKA-bestuursvergadering, indien het project door minstens twee EUREKA-landen werd goedgekeurd, ten laatste 30 dagen voor de vergadering. Partners in het Vlaamse gewest kunnen voor hun deelname beroep doen op IWT-Vlaanderen (zie adres hieronder).

Een EUREKA-project:

  • is een hi-tech marktgeoriënteerd O&O-project;

  • mikt op de ontwikkeling van een nieuw en technologisch geavanceerd product, proces of dienst voor de civiele sector;

  • heeft partners uit minstens twee EUREKA-lidstaten;

  • wordt gefinancierd door de betrokken partners die bij hun overheid een aanvraag kunnen indienen voor cofinanciering.

De gebruikelijke IWT-steunpercentages worden verhoogd met een toeslag van 10 % van de aanvaarde kosten. Deze EUREKA-toeslag is cumuleerbaar met een toeslag van 10 % voor KMO's. Om de EUREKA-toeslag te verkrijgen moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • het project moet de EUREKA-status verkregen hebben;

  • de finale versie van de internationale samenwerkingsovereenkomst moet beschikbaar zijn;

  • minsten twee lidstaten van de Europese Unie moeten deelnemen aan het project.

De aanvraag omvat een dubbele procedure. Het EUREKA-label wordt aangevraagd via het EUREKA-netwerk en toegekend na samenspraak tussen de EUREKA-secretariaten van de betrokken landen. De aanvraag tot steunverlening aan de Vlaamse partners wordt ingediend bij, en behandeld door het IWT-Vlaanderen. Voor een vlot verloop dienen beide procedures te worden gesynchroniseerd. Contacteer hiervoor, in een zo vroeg mogelijk stadium, de regionale contactpersoon voor EUREKA. Bij de evaluatie van een steunaanvraag in EUREKA-kader, onderzoekt IWT-Vlaanderen onder meer de meerwaarde van de Europese samenwerking voor de Vlaamse deelnemer(s). Deze meerwaarde is een noodzakelijke voorwaarde voor het bekomen van de financiële toeslag. Indien geen meerwaarde wordt vastgesteld, kan de steunaanvraag verder behandeld worden als een regionaal onderzoeksproject, en gesteund worden volgens het gebruikelijke steunregime.

Meer inlichtingen en een gratis gids "Eureka in Vlaanderen" zijn verkrijgbaar op onderstaand adres:

IWT-Vlaanderen
Bisschoffsheimlaan 25 te 1000 Brussel
tel.: 02/20.90.971, fax: 02/22.31181
e-mail:
dvs@iwt.be
de heer Danny Van steenkiste
Internationaal EUREKA-secretariaat:
http://www.eureka.be

i. TETRA-fonds

Het HOBU-fonds werd in 1997 opgestart met de bedoeling:

  • de onderzoekscapaciteit bij de hogescholen te versterken;

  • een betere samenwerking te bekomen tussen hogescholen en bedrijven (in het bijzonder KMO's);

  • het stimuleren van innovaties bij kleine en grote bedrijven door technologie-overdracht vanwege de hogescholen;

  • het versterken van de samenwerking tussen hogescholen en universiteiten;

  • de doorstroming van onderzoeksresultaten naar het onderwijs in de hogescholen.

In 2003 werd het HOBU-Fonds omgevormd tot het TETRA-fonds. De verandering is een gevolg van de hervorming in het onderwijslandschap door de Bologna-verklaring. Hogescholen en universiteiten gaan veel nauwer samenwerken ook op het vlak van wetenschappelijk onderzoek. Het TETRA-fonds (TEchnologieTRAnsfer):

  • laat hogescholen en universiteiten toe samen innovatieve projecten uit te voeren;

  • geeft tot max. 92,5 % subsidies aan nieuwe projecten;

  • rekent op 7,5 % supplementaire inbreng van bedrijven en andere geïnteresseerde organisaties;

  • laat toe technologisch gerichte innovaties te onderzoeken, waarvan de resultaten door een brede groep geïnteresseerde organisaties kan benut worden;

  • geeft in uitzonderlijke omstandigheden financiële steun aan hoogtechnologische bedrijven die een project ernstig vooruit kunnen helpen en de intellectuele eigendomsrechten willen overdragen;

  • verhoogt de maximale omvang van een project tot 480.000 EUR;

  • zal bedrijven aanzetten tot meer innovatie, tot het realiseren van nieuwe producten en diensten, tot meer samenwerking met instellingen van hoger onderwijs in Vlaanderen.

De steunaanvragen kunnen ingediend worden door alle hogescholen in Vlaanderen waar technologisch onderzoek wordt verricht met een duidelijke economische en/of maatschappelijke relevantie. Het project kan door meerdere hogescholen samen ingediend worden

Meer inlichtingen zijn te bekomen op onderstaand adres:

IWT
Programmasecretariaat TETRA-fonds
Bischoffsheimlaan 25 te 1000 Brussel
tel.: 02/209 29 03, fax: 02/223 11 81
e-mail:
tetra@iwt.be
website:
http://www.iwt.be

j. Prodem-projecten voor promotie en demonstratie van milieuvriendelijke technologieën

Prodem staat voor PROmotie- en DEMonstratie van milieuvriendelijke technologieën. Het is een initiatief van VITO in samenwerking met de Vlaamse en de Europese overheden. Het doel is de ondersteuning van ondernemingen bij het zoeken naar milieuvriendelijke oplossingen op maat en het implementeren ervan in hun bedrijfsvoering. Projecten kunnen kaderen in de domeinen afvalwater, lucht, afval, energie, bodem. Aan de hand van haalbaarheidsstudies, laboprogramma's, onderzoek op pilootschaal of tests in het bedrijf wordt gezicht naar de meest geschikte oplossing of investering voor het specifieke probleem.

Om in aanmerking te komen moet de KMO gevestigd zijn in Vlaanderen en voldoen aan de Europese criteria van de KMO:

  • minder dan 250 werknemers tewerkstellen;

  • omzet moet kleiner zijn dan 39.662.964 EUR;

  • minstens 75% van de aandelen moet in eigen handen zijn (dit is privé-persoon of gelijkgestelde structuur).

Meer inlichtingen zijn te bekomen op onderstaand adres:

VITO-PRODEM
Boeretang 200 te 2400 Mol
tel.: 014/33 69 00, fax: 041/32 65 86
e-mail:
gysene@vito.be

k. Grondig technologisch advies in het kader van technologische dienstverlening (GTA)

Bedrijven, met exploitatiezetel in Vlaanderen, die beroep doen op een technologische adviseerdienst voor het uitvoeren van een grondig technologisch advies komen in aanmerking voor financiële steun. Het moet een advies zijn van beperkte omvang, op maat van de onderneming betreffende een mogelijke innovatie van een product, proces of dienst. Een erkend technologisch expert kan gedurende maximum 10 dagen ingehuurd worden tegen een voor het bedrijf zeer gunstig tarief. GTA streeft kennisoverdracht na en is dus een gelijkaardig instrument als de innovatiestudie type 1 (zie c.a. hierboven), maar is beperkter in omvang (maximaal 7.500 EUR steun).

De grootte van de steun hangt af van de grootte van het bedrijf:

  • tot max. 80 % steun voor KMO's;

  • tot max. 50 % steun voor grote ondernemingen.

Om als KMO te worden beschouwd dient de onderneming te voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • het bedrijf stelt minder dan 250 werknemers;

  • realiseert minder dan 50 miljoen euro jaaromzet of minder dan 43 miljoen euro balanstotaal;

Voor de berekening van deze criteria moet er tevens geconsolideerd worden wanneer het bedrijf geen zelfstandig bedrijf is. Het bedrijf is niet zelfstandig wanneer er één of meerdere partnerondernemingen en/of verbonden ondernemingen zijn.

Het grondig technologisch advies moet uitgevoerd worden door een technologische adviseerdienst (zie lijst http://www.iwt.be/frameset_diensten.html), verbonden aan een geaccrediteerd kenniscentrum en moet aan de volgende criteria voldoen:

  • de aanwezigheid en relevantie van een duidelijke technologische vraagstelling die om een technologisch advies door een kenniscentrum vraagt;

  • de expertise van het kenniscentrum voor de gevraagde dienstverlening;

  • de kennisverwervende aard van de geplande activiteiten in de studie.

KMO's kunnen tot maximaal 80% steun krijgen (6.000 EUR) en GO's tot maximaal 50 % steun (3.750 EUR). De adviezen worden voor minimaal 20% gefactureerd voor KMO's en voor minstens 50 % voor grote bedrijven.

Voor meer inlichtingen kan men terecht op onderstaand adres:

IWT-Vlaanderen
Bisschoffsheimlaan 25 te 1000 Brussel
tel.: 02/209 00 52, fax: 02/223 11 81
mevr Annie Renders
e-mail:
ar@iwt.be
website:
http://www.iwt.be

l. Landbouwkundig onderzoek

Op 18 februari 200541 heeft de Vlaamse regering het reglementair besluit goedgekeurd dat het nieuwe kader vormt voor de projectmatige financiering van het “Toegepast collectief onderzoek voor de land- en tuinbouwsector”. Een projectvoorstel kan ingediend worden door een Vlaamse instelling van hoger onderwijs, een onderzoeksinstelling of een praktijkcentrum, voor zover deze laatste daartoe door de Vlaamse overheid erkend is. Landbouwprojecten worden goedgekeurd voor een periode van maximum vier jaar met een tussentijdse evaluatie na twee jaar. Projecten kunnen evenwel ook aangevraagd worden voor een periode van twee of drie jaar. Het steunpercentage bedraagt 92,5 % van de aanvaardbare kosten. De geïnteresseerde bedrijven en beroepsorganisaties staan in voor de cofinanciering van de resterende 7,5%. Er is geen maximaal steunbedrag per project bepaald.

Inlichtingen:

IWT-Vlaanderen
LANDBOUWONDERZOEK
Bischoffsheimlaan 25 te 1000 Brussel
Ferdi Soors
tel. : 02/209.29.18
e-mail :
fso@iwt.be
fax. : 02/223.11.81
e-mail :
landbouwonderzoek@iwt.be